Belt Igo: "Zeg, een aanbieding.
12Euro50 met de trein een
dag op en neer
naar waar je maar naar toe wil in Nederland.
Doen?" Doen!, brullen wij dan en zo kwam het dat de wekker eergisteren heeeeeel vroeg ging
en ik grmblprutprutprut
"waarom doet een mens dit, ik kan ook blijven liggen en relaxen,
wéér weg en bwôhhh 't wordt koud vandaag, min ZÓVEEL,
en wil ik dit wel
en van je zus en me zo" mijn warm kuiltje int Heerlijck Bed op een onmenselijk tijdstip verliet.
"Kom naar mij toe Broomen,
dan parkeer je gratis en da's fijn als je terugkomt,
dat je meteen na een dag op sjouw naar huis toe kunt karren ipv eerst nog in de kou staan wachten op de bus enzo."
"Is goed", jodelen wij enthousiast en blij.
Dus wij Broomen, naar Igo. En van hem uit met de stoptrein naar Sittard
en daar overstappen, overbeladen met overlevingspakketten voor zieligerds. Wij zaten op dat lange stuk naar 't westen van 't land (hee, daar ligt nog snééuw!) in een Silence-coupé, las ik op het raam. Oei. Wij kregen gedrieën DUS de slappe lach die je moet smoren en dat wil dan niet zo, dus ik had zalige weeën toen we uitstapten. Wat doet lachen goed. Moesten mensen meer doen.
't Westen is drukker dan bij ons. Ja, ik ben zo'n echt provinciaaltje, en ik kom niet snel boven de rivieren. Wat een mensen op het station, en ze willen allemaal overal naar toe. 't Is wel een mooi station, lijkt wel een paleis. Tingtingting zoeft een tram geluidloos rakelings langs me. O God, trams, da's wáár ook. Want zjelievvden, wij waren naar Amsterdam.
Het eerste wat opvalt zijn de prachtige panden. Ja, ik kan me voorstellen dat toeristen hier helemaal wild op zijn. Iedere meter links of rechts en je zit zo in de Gouden Eeuw. Hoog, de huizen, en ze kantelen wat vermoeid naar voren. Mooie knipvoegen ook, lekker strak. Grachten natuurlijk. En al die fietsen. Veroverden wij int verleden de wereld met onze schepen, vandaag doen wij dat met flitsende kuiten per fiets.
Links van het station tussen zulke leuke huizen in, loopt een straatje en da's de wellknown Zeedijk. Je moet goed kijken, want er hangt een Chinees naambordje. Nam Kee is er ook gevestigd. (Ken je dat boek: Oesters van Nam Kee?). Huh??? Jep, je komt meteen in de Chinese wijk.
Daar, midden in het geroezemoes vind je een Buddhistische tempel trouwens. Er zijn mensen die wierook branden, en vanuit de 3 muren kijken vele vele buddha's toe. Onophoudelijk klinken gebeden vanuit een taperecorder opzij. Op de een of andere manier geeft juist dat laatste mij een cultuurshock: waar ligt je diepste wezen in een mechanisch gebed?
Het wordt kouder en er verschijnen steeds minder mensen op straat,
enkele dapperen (provinciaaltjes uit het zuiden) houden met de moed der wanhoop standvastig vol, want oh wat een prachtige huizen toch!, en stappen voorzichtig glijdend over her en der gladde straten.
Sneeuw dwarrelt neer. Er waait
een straffe wind. Ik voel mijn nek, mijn schouders verstijven terwijl we verder lopen, de kou kruipt onverbiddelijk in mijn benen.
Het weer buiten staat nu op guur. Peet trotseert de kou en trekt zijn handschoenen uit om beter te kunnen fotograferen. Winters Amsterdam, indeed.
Ik wilde graag nog es terug naar het Begijnenhofje,
dat was alweer een paar jaar geleden dat ik er met Peet was.
Daarvoor moet je naar de Kalverstraat, want het ligt in een zijstraatje ervan.
De Kalverstraat, een straat als menig ander in iedere stad, dezelfde zielloze winkelketens die horden mensen aandoen.
Wat een rust, als je door het poortje van het Begijnenhofje loopt.
"Jij komt dadelijk in Opsporing Verzocht", bromt Igo bij het klk klk klik van Peet's camera, "je mág hier niet fotograferen. Cameratoezicht." Oooo, te mooi om niet héél snel toch vast te leggen. 's Zomers was het schitterend, maar zo in de winter is dit hofje helemaal stil en sereen en er is geen mens buiten. Via een deur, hal, trap, deur kom je weer in de mondaine wereld.
Ik had eigenlijk de Spiegelbuurt ingewild, met zijn vele straatjes en kleine ontdekwinkeltjes,
een tentoonstelling opt
Museumplein willen bezoeken, en Igo had wel willen zien hoe diamanten geslepen worden.
Maar de immense kou drijft ons toch,
via een Bijenkorfstop met de heerlijkste thee/koffie en kwark/moussetaartjes terug naar het station.
We komen gewoon nog een
keertje terug,
met zonnebrillen en loom slenterend met sexy blote schouders.
Nog eventjes snelsnel het voormalig postkantoor ingedoken.
Prachtig
gerestaureerd, architectuur en het beroep postbode moet vroeger indrukwekkend zijn geweest.
Sjemig, en dat allemaal om een briefje te versturen. Staatsbedrijven huisden in échte paleizen, zeg. Tegenwoordig kun je er onnodige dingen shoppen als deftige
schoenen, tassen, kleding, tegen wegjaagprijzen natuurlijk. Er zijn ook de broodnódige dingen, zoals deze gave karretjes. Ohhh, iets voor Bos!, roep ik uit.
Terugreis verliep weer supergezellig, rozig van het lopen en lachen. Leuke dag, Ieg. Ik was compleet kapot. Peet, dank je wel voor je foto's! xxx
Laatste reacties